Installatie

Schakelen bij de verbruiker

De schakeling gebeurt bij de verbruiker. Dat is de basis van een DALI installatie. Het bussysteem wordt doorgetrokken naar de verbuikers. Dit is de drijfveer achter de eenvoud en flexibiliteit. Niets is 'hard-wired', op elk moment kan de groepindeling, scenewaarden etc veranderd worden. De installatie kan makkelijk uitgebreid worden zonder kabels te trekken van de schakelkast naar de verbruiker. Immers, overal in het gebouw ligt de 5 aderige kabel die je toegang geeft tot de DALI bus. De doorgedreven eenvoud maakt het DALI concept ook bijzonder geschikt voor de doe het zelf installatie.

DALI

 

5 aderige kabel is de ruggegraat van een DALI installatie. De 2 DALI lijnen kunnen samen bekabeld worden met de netspanningsdraden. De meest voorkomende oplossing is om 5x1.5mm² of 5x2.5mm² VOB te nemen. De schakeling gebeurt bij de verbruiker. Dat wil zeggen de elke verbruiker moet voorzien worden van een DALI compatibel voorschakelapparaat. Dit kan bv een ballast zijn, een 12V transformator, een LED voeding, een DALI gestuurd relais, een rolluikmodule... Dit wil ook zeggen dat er moet nagedacht worden over de ruimte nodig voor het voorschakelapparaat. Armaturen moeten plaats bieden aan de ballast of transfo. Voor gewone aan/uit schakelingen kan een relais genomen worden. Deze zijn heel compact en kunnen meestal goed weggewerkt worden. Elke DALI gestuurde module heeft geheugen aan boord, waarin bv het individueel adres wordt opgeslaan. Dit is een nummer van 0 tot 63 waarmee het apparaat individueel kan aangesproken worden. Ook is er geheugen voorzien voor het opslaan van groep gegevens. Elk DALI apparaat kan in 1 of meerdere van de 16 DALI groepen ingedeeld worden. Verder is er geheugen voor het opslaan van scene waarden. Als een DALI apparaat bv volgend commando ontvangt: 'Groep 2, ga naar scene 6', zal dit apparaat nagaan of het in groep 2 zit. Indien ja, dan zal het de waarde ophalen die bij scene 6 hoort en vervolgens uitvoeren.

Vanaf de zekering in de kast vertrekt het DALI netwerk. Het DALI netwerk kan rechtlijnig zijn, of kan aftakkingen bevatten. De totale lengte mag maximaal 300 meter bedragen. Een DALI netwerk is niet ZLVS (Zeer lage veiligheidsspanning) of SELV (Safety Extra Low Voltage). Deze keuze is bewust gemaakt zodat de 2 DALI kabels in dezelfde leiding, paralllel aan de netspanning mogen liggen. Dit verhoogt de installatiesnelheid. Het gevolg is dat men de DALI lijnen met dezelfde veiligheidsmaatregelen moet behandelen als deze van de netspanningsdraden. De normale spanning tussen de DALI lijnen is typisch 16V, maar door een enkelvoudige fout, ergens in het circuit, zou het toch mogelijk kunnen zijn dat de DALI lijnen gevaarlijke spanningen bevatten. Schakel daarom steeds de spanning af, ook als je aan DALI lijnen werkt.

DALI

Op die manier bouw je je circuits op, zoals je dat bij een normale installatie doet. Je kan ook stopcontact circuits voorzien van 5x2.5mm². Je kan later nog beslissen welke stopcontacten uiteindelijk geschakeld worden. De zwarte en grijze DALI lijnen van de verschillende circuits voeg je samen, op rijgklemmen, tot 1 bus. De bus wordt uiteindelijk gevoed door een speciale DALI voeding. Dit is een voeding met een uitgangsspanning typisch 16V. De stroom is electronisch begrensd tot 250mA. De reden voor dit laatste is dat de DALI apparaten met elkaar communiceren door de kleine kortsluitingen op de bus te vormen. (een logische '0' wordt voorgesteld door de bus even te kortsluiten).

De beperking van 250mA is belangrijk om te weten want elk DALI apparaat dat je op de bus aansluit verbruikt een beetje van de busstroom. Meestal is dit minder dan 2mA, en je kan maximaal 64 apparaten aansluiten, wat dus voldoende reserve oplevert. Kijk in de specifiaties van de fabrikant wat het DALI verbruik van het apparaat is..

Samengevat, de DALI voeding zorgt voor de busspanning, via deze busspanning wordt er gecommuniceerd EN worden sommige DALI apparaten (bv relais) gevoed.

 

DALI

1 mogelijke implementatie van de DALI bus is het werken met 'Commanders'. Commanders zijn kleine modules die achter drukknoppen zitten en die commando's op de DALI bus plaatsen. Deze commando's bestaan steeds uit 2 delen. Het eerste deel is de addressering (Wie?) en het 2de deel is de actie (Wat). Bv Groep 'bovenverdieping' (wie) ga naar scene 'nachtstand' (wat), of Lamp 'X' (wie), dim down (wat). De commanders worden, makkelijkheidshalve, via een apart circuit aangesloten aan de rest van de DALI bus. Er zijn slechts 2 draden nodig. De commanders worden gevoed via de DALI bus. Buiten de 64 DALI apparaten op de bus, kan je ook nog eens tot 64 commanders aansluiten. Een commander verbruikt 1mA van de bus. Op 1 commander kan je tot 6 drukknoppen aansluiten. Wegens het niet ZLVS karakter van de bus moeten dit 230V drukknoppen zijn. Ook 24V drukknoppen zijn mogelijk, maar dan moet je het commander circuit galvanisch scheiden van de rest van de bus. Detalis hierover vind je verderop in de installatie beschrjving. Op het commander circuit kan ook de USB interface aangesloten worden. Eenmaal de commanders geprogrammeerd met de Ministry of Light DALI software, kan je de bus afnemen. Als je een touch screen gebruik of een webserver is de USB interface voortdurend aangesloten op de bus en verbonden met een Windows computer die altijd aan staat. Op bepaalde plaatsen (bv op elke verdieping) kan je een makkelijke toegang tot de bus voorzien als 'service aansluiting'. De commander modules hebben ook geheugen aan boord waar de verschillende commando's worden opgeslagen, die geprogrammeerd zijn via de DALI bus, met de Ministry of Light DALI software.

DALI

Zoals hierboven aangehaald zijn DALI lijnen niet ZLVS of SELV. Normaal gezien zou men drukknoppen moeten gebruiken geschikt voor 230V. Echter, de keuze van knoppen, geschikt voor 24V is veel groter en bovendien is het gebruikscomfort van 24V knoppen beter dan deze voor 230V. Je kan van het commander circuit een ZLVS circuit maken door gebruik te maken van de Ministry of Light DALI isolator en een extra SELV DALI voeding zoals de Niko 67-710. De DALI isolator laat wel de informatie door, maar niet de spanningen. Eventuele gevaarlijke spanningen die zouden kunnen ontstaan bij een fout in de verbruiker circuits, worden niet doorgegevan naar het commander circuit. Op dat moment is het commander circuit volledig 'SELV'.